Post Featured Image

Het verhaal van Zevenaar

Stelt u zich voor: het is nu juni 2020

een dwarsdoorsnede van de inwoners vindt dat we het in de nieuwe gemeente Zevenaar met elkaar goed voor elkaar hebben. Dat ‘goed voor elkaar’ uit zich in een gastvrije, actieve, verbonden en attente samenleving. Een samenleving met een ‘doe-het-samen-mentaliteit’. De zeven uitgangspunten die in 2017 werden omarmd, helpen de Zevenaarse gemeenschap om handen en voeten te blijven geven aan maatschappelijke ondersteuning en jeugd.

 

We zijn gastvrij – iedereen hoort erbij

 

Het 1e uitgangspunt is inclusie: we sluiten in, we sluiten niemand uit

Iedereen, zonder uitzondering, maakt deel uit van de Zevenaarse gemeenschap. Inclusie gaat om aspecten voor een goed leven die voor ons allemaal gelden: je welkom voelen, erbij horen, geaccepteerd worden, waardering krijgen, iets nuttigs kunnen doen en eigen keuzes kunnen maken. Zo nemen buurtgenoten vergunninghouders op in hun midden. Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben kunnen zoveel mogelijk naar een gewone basisschool. En voelen inwoners met een verstandelijke beperking zich thuis in hun wijk. Mensen raken niet in een isolement. Aangemoedigd door hun omgeving durven zij bijvoorbeeld de stap te zetten naar ontmoetingscentra. Vrijwilligers leren goed omgaan met de diversiteit aan mensen en gedrag dat soms wat onvoorspelbaar is. Natuurlijk schuurt het wel eens; niet iedereen wil ‘ingesloten’ worden of openstaan voor het onverwachte. Maar ontmoetingsplekken voor inwoners zijn voor iedereen. Hier leren mensen elkaar kennen, accepteren en waarderen. Hier ontwikkelen niet-werkenden hun talenten, als opstap naar een (beschermde) werkplek.

 

We zijn actief – iedereen doet mee en draagt bij 

 

Het 2e uitgangspunt is participatie: meedoen in plaats van toekijken

In Zevenaar zet iedereen zich in op een manier die hem of haar past. Of het nu gaat om leren en werken, actief deelnemen aan het verenigingsleven, vrijwilliger of mantelzorger zijn, klaar staan voor de buren. Of om initiatieven die de kwaliteit van het leven en de leefomgeving vergroten. We zijn trots op ons rijke, sociale en culturele leven. Scholen besteden aandacht aan burgerschap en het ontwikkelen van het maatschappelijke bewustzijn. Zo heeft een klas een actie op touw gezet voor vluchtelingen. Met het Cruyff Court nemen jongeren initiatief om voor anderen activiteiten te organiseren. Vanuit geloofsgemeenschappen en verenigingen zijn vrijwilligers actief. Er zijn aanspreekpunten voor inwoners die zelf aan de slag willen met een idee om hun omgeving aantrekkelijker, vriendelijker, duurzamer en interessanter te maken. Iedereen heeft de kans om mee te kunnen doen. Ook letterlijk kun je overal komen: onze gebouwde omgeving is fysiek toegankelijk. Jongeren moedigen we extra aan om initiatief te nemen. Als zich belangentegenstellingen aandienen, dan zoeken we oplossingen via dialoog. Taal is de basis voor meedoen. Daarom staat het Taalhuis open voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen of computervaardigheden.

 

We zijn verbonden – iedereen maakt deel uit van een netwerk

 

Het 3e uitgangspunt is nabijheid: advies en hulp zijn in de buurt in plaats van op afstand

Waar je ook woont in de gemeente Zevenaar, je kunt in je eigen buurt terecht voor voorlichting, advies, ontmoeting en lichte ondersteuning. Iedere kern heeft een netwerk van inwoners, professionals, vrijwilligers(organisaties), verenigingen, stichtingen en geloofsgemeenschappen. Iedereen voelt zich vrij om aan te haken. In iedere kern is er een andere dynamiek. Die uit zich in allerlei soorten ontmoetingen en initiatieven, ook digitaal. Zo is het vanzelfsprekend dat mevrouw Klaassen uit Herwen een ritje krijgt naar de supermarkt in Lobith. Dat meneer Overvecht uit Giesbeek wordt opgehaald om te zwemmen. En dat kinderen in de buurt worden opgevangen. Inwoners weten dit zelf goed te regelen, zonder overbelast te raken. Voor informatie of ondersteuning kunnen zij professionals aanschieten op de plekken die een centrale rol spelen in het dagelijks leven: op school, in het ontmoetingscentrum, in de sporthal of de bibliotheek. 

 

We zijn attent – iedereen trekt aan de bel voor veiligheid en leefbaarheid 

 

Het 4e uitgangspunt is preventie: tijdig signaleren in plaats van wegkijken of afwachten

Met elkaar zijn we oplettend. We letten op onze eigen gezondheid, welzijn en veiligheid. Maar ook op die van mensen in onze omgeving. Vragen en zorgen delen wij in ons netwerk. Worden we ongerust, dan trekken we aan de bel bij het gebiedsteam Goed Voor Elkaar. Deze gebiedsteams in de kernen zijn het aanspreekpunt voor alle inwoners. Hier ontmoeten professionals elkaar en kunnen mensen ideeën en zorgen delen die vragen om een professionele blik, stimulans of oplossing. Zo voorkomen we dat kleine problemen uitgroeien tot iets groots. En zo geven we ideeën en initiatieven een kans. Daarbij zijn we extra bedacht op ingrijpende levensgebeurtenissen. Denk aan geboorte, overlijden, echtscheiding, ontslag, ziekte. Op zulke momenten zijn we er voor elkaar met voorlichting, advies en activiteiten op maat. 

 

Het is veilig en stimulerend om hier op te groeien

 

Het 5e uitgangspunt is ruimte voor jeugd: alle kinderen hebben een goede start en zijn gesprekspartner

We rusten onze kinderen en jongeren toe om hun leven zelfstandig vorm te geven en een goede plek in de samenleving te vinden, thuis en vanuit cultuur, sport en onderwijs. Het halen van een startkwalificatie op school is daarbij belangrijk. Jongeren weten hun wensen, behoefte en belangen kenbaar te maken. Zij maken volwassenen deelgenoot van hun wereld, helpen elkaar en nemen initiatief om hun eigen wensen te realiseren. Er is altijd een luisterend oor voor onze jongeren én hun ouders. En als zij daar behoefte aan hebben ook informatie en advies. Waarbij er speciale aandacht is voor jonge ouders en jonge mantelzorgers. Veiligheid staat voorop. Dus als de ontwikkeling van een kind in het gedrang komt, dan komt er hulp, ook als ouders daar geen prijs op stellen.

 

Het is veilig en stimulerend om hier ouder te worden 

 

Het 6e uitgangspunt is oog voor vergrijzing: ouderen zijn in tel

Fit ouder worden is een groot goed. Fitte ouderen betekenen veel voor hun naaste omgeving en het verenigingsleven. Met het ouder worden, kunnen lichamelijke of geestelijke beperkingen het meedoen belemmeren. De druk op mantelzorg neemt daardoor toe. Belangrijk is dat mensen zich voorbereiden op het ouder worden. Bijvoorbeeld door tijdig aanpassingen te laten doen in huis. Of door te verkennen hoe zij straks steun organiseren die past bij de persoonlijke leefsituatie en leefstijl. 

We volgen de behoeften van inwoners aan aangepaste woningen, zorgwoningen en andere vormen van ondersteuning aan huis en in de eigen buurt. Dat zie je terug in het beleid van de gemeente. Die geeft zelf het goede voorbeeld en stimuleert marktpartijen om in hun aanbod, dienstverlening en personeelsbeleid aan te sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen. Zo is mevrouw Kessels blij dat de werkgever van haar dochter Wilma ruimte geeft voor mantelzorgtaken.

 

Hier valt niemand buiten de boot 

 

Het 7e uitgangspunt is oog voor kwetsbaarheid: een vangnet voor iedereen 

Meedoen moet wel kunnen. Niet iedereen kan volledig op eigen kracht varen, de regie houden, zijn netwerk inschakelen. Sommigen hebben daar hulp bij nodig. We gaan altijd uit van ieders mogelijkheden. Neem Emma, die binnenkort 18 wordt en een psychische stoornis heeft, de chronisch zieke Yassin en de dementerende mevrouw Janssen. Het passeren van een leeftijdgrens is geen belemmering voor passende zorg voor Emma. Het lotgenotencontact doet Yassin goed. De dochter van mevrouw Janssen is blij dat zij als mantelzorger af en toe wordt ontlast met haar eigen huishouden. Ook dat er in de buurt voorlichting wordt gegeven over dementie, zodat ook de winkeliers op de Markt in Lobith weten hoe zij haar moeder moeten benaderen. Om niemand buiten de boot te laten vallen werken zorgaanbieders, welzijn en inwonersinitiatieven samen. Zij weten elkaar te vinden en kennen elkaars mogelijkheden en doelstellingen.

 

        

 

We zijn onderweg. Er is ruimte voor experimenteren en leren. Het organiseren van de ontmoeting en het gesprek is het allerbelangrijkste. Van daaruit ontstaat vertrouwen. We luisteren echt naar elkaar en ontdekken daarmee de potentie van de ander. We zijn in gesprek over gezamenlijke doelen en of die worden gehaald. Vinden we dat we het in Zevenaar met elkaar goed voor elkaar hebben? Het is een vraag die we elkaar blijven stellen. 

 

        

 

Dit ‘verhaal’ en de uitgangspunten zijn door de gemeenteraad van Zevenaar in februari 2017 vastgesteld.